Apocalyps nu? - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Het is te vroeg om de handdoek in de ring te gooien en op het einde van de wereld te wachten.
Apocalyps nu?
Klassekampen, 8 Mar 2019
“Ben je een klimaatoptimist of een klimaatpessimist?”, werd mij gevraagd net nadat ik een uur lang een lezing had gegeven over hoe klimaatverandering het poolgebied bedreigd. Zonder aarzelen antwoordde ik dat ik een optimist was, wat bij het publiek gevolgd werd met verbazing. Misschien geldt dat ook wel voor jou, als je deze column vaker leest, aangezien ik regelmatig schrijf hoe slecht het gaast met het klimaat. Hoe kan ik dan toch een optimist zijn?
Toegegeven, het is moeilijk om optimistisch te blijven. Vorig jaar was er een gortdroge zomer in Europa, deze winter geen zeeijs tussen Alaska en Siberië, en vorige week, eind Februari: temperaturen rond de twintig graden in West-Europa. Het zijn extremen die nu al voorkomen – laat staan wat ons over enkele decennia te wachten staat als we doorgaan met de atmosfeer te vervuilen met CO2 en andere broeikasgassen.
Het probleem is zo groot en onoverzichtelijk dat dit tot een gevoel van machteloosheid leidt, of zelfs depressiviteit. Terwijl de een het fantastisch vond dat het vorige week in Zuid-Noorwegen zo warm was dat je lekker op een terrasje kon zitten, zorgt dit bij anderen alleen tot het intens trieste gevoel dat dit niet normaal is. Mooi weer wordt dan snel deprimerend. Zelf zat ik ook een beetje ongemakkelijk in het zonnetje terwijl de sneeuw om me heen aan het smelten was. Dat ik toch een optimist ben is tegen wil en dank, omdat het alternatief – opgeven – voor mij ondenkbaar is.
Te veel pessimisme kan overslaan in een verstikkende angst
Te veel pessimisme kan overslaan in een verstikkende angst. In het Verenigd Koninkrijk is recent een groep vrouwen onder de slogan “BirthStrike” bij elkaar gekomen. Voor hen boezemt het klimaatprobleem, en het wereldwijd ineenstorten van ecosystemen, zodanig angst in dat ze besloten hebben om geen kinderen te nemen. Een angst die niet weerspiegelt werd in het Britse Lagerhuis, waar vorige week minder dan 1 op de 10 parlementariërs kwamen opdagen voor het eerste debat over klimaatverandering in twee jaar. Als het klimaatprobleem niet hoger op de agenda komt, is er straks geen leefbare planeet meer over, betoogt BirthStrike – en daarmee is het dus zinloos om nog kinderen te krijgen. Dat is een beslissing die ik kan respecteren, maar volgens mij is het te vroeg om de handdoek in de ring te gooien en er vanuit te gaan dat de wereld zal vergaan.
We moeten niet vergeten dat we de toekomst in eigen hand hebben. Stel, bijvoorbeeld, dat er een grote hoeveelheid methaan vrijkomt uit de permafrost in het poolgebied, iets waar ik zelf onderzoek naar doe. Zoiets zou klimaatverandering kunnen versterken, waardoor we de doelstellingen van Parijs niet gaan halen. Maar in een recent artikel in Scientific Reports liet ik samen met collega’s zien dat emissies van menselijke activiteit veel erger zijn – en dat we die voldoende kunnen verlagen, met technologieën die al bestaan, om zelfs de ergste scenario’s van methaanuitstoot uit het poolgebied te compenseren. Maar alleen als er wereldwijd een sterk klimaatbeleid gevoerd wordt om dat voor elkaar te krijgen.
Illustratie: Knut Løvås, knutlvas@gmail.com
Het goede nieuws is dat effectief klimaatbeleid al in een flink aantal landen bestaat. Vorige week verscheen er een studie in Nature Climate Change die uitzocht waarom in 18 landen (in Europa maar ook de VS) emissies een hoogtepunt bereikten in 2005 en sindsdien gestaag omlaaggingen. Dit waren echte reducties, die niet verplaatst werden naar het buitenland of het gevolg waren van de financiële crisis. De CO2-uitstoot ging omlaag door investeringen in hernieuwbare energie, een lager energieverbruik, en een sterk klimaatbeleid. Deze landen, van Kroatië tot Zweden, hebben laten zien dat klimaatbeleid niet ten koste hoeft te gaan van economische groei, wat een reden is om optimistisch te zijn dat andere landen hun voorbeeld volgen.
Maar ook optimisme kan te ver doorslaan – vooral als er geen reden voor is. Noorwegen ziet de toekomst wel erg zonnig in, ook al zijn bij ons emissies nauwelijks gedaald sinds 1990. Als we de regering mogen geloven, hebben we nog alle tijd. Olie en gas zullen nog decennialang een belangrijk onderdeel van de energiemix blijven, betogen ze, en al die CO2-uitstoot is geen probleem. Technologische ontwikkelingen zouden snel genoeg gaan waardoor we op een gegeven moment simpelweg het te veel uitgestoten CO2 weer opvangen en onder de grond opslaan. Geen reden tot paniek dus.
Dit optimisme over toekomstige wonderoplossingen wordt helaas misbruikt in de zoektocht naar meer olie, en het toestaan daarvan door de overheid laat zien dat ze een oprecht klimaatpessimisme onder de bevolking niet serieus neemt. De regering zou er goed aan doen om wat meer paniek te tonen over het lot van onze planeet, en het goede voorbeeld van de rest van Europa volgen. Alleen dat zal leiden tot een reëel optimisme gebaseerd op de wetenschap dat we het probleem kunnen oplossen – en niet alleen op hoop.
Deze tekst verscheen voor het eerst in Klassekampen op 8 Mar 2019