Echt leiderschap - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Wie zou ons ook alweer uit de klimaatcrisis leiden?
Echt leiderschap
Klassekampen, 1 Feb 2019
Wie leidt ons uit de klimaatcrisis? Ondanks decennialange discussies om onze CO2-uitstoot omlaag te krijgen, ging die vorig jaar gewoon weer omhoog – met bijna drie procent. In de ruim twintig jaar sinds het Kyotoprotocol werd ondertekend, zijn fossiele emissies met ruim de helft gestegen. Het falen van onze wereldleiders, en de hebzucht van de industrie, is weerspiegeld in smeltende poolkappen, aanhoudende droogtes en sterker wordende orkanen.
Tijd dus voor een gezellig onderonsje, moet men gedacht hebben. Vorige week verzamelde de politieke en economische top van de wereld in het Zwitserse dorpje Davos voor de jaarlijkse vergadering van het World Economic Forum. Als je oppervlakkig naar deze organisatie kijkt (en de vele privéjets negeert) zou je snel de conclusie kunnen trekken dat ze het beste voor hebben met het klimaat. Zo stonden ze tien jaar geleden aan de basis van een oproep aan de G8, door 99 van de grootste bedrijven in de wereld, dat emissies in 2050 gehalveerd moeten zijn. Ook de recente brief in The Wallstreet Journal, waarin een hele rits topeconomen benadrukken dat een belasting op CO2 nodig is om ons klimaat te redden, werd door het WEF geïnitieerd.
Ze kloppen elkaar op de schouder, en gaan over op de orde van de vervuilende dag.
De boodschap vanuit Davos is duidelijk: overheden moeten met een duidelijk klimaatbeleid komen zodat onze wereldeconomie groener kan worden. Dat klinkt redelijk – totdat je bedenkt dat het bedrijfsleven hierdoor geen enkele verantwoordelijkheid hoeft te nemen. Vervuilende bedrijven kunnen zeggen dat ze het klimaatprobleem serieus nemen, verwijzend naar zulke verklaringen. Ondertussen gaan ze gerust door met het uitstoten van CO2 zolang ze niet door de overheid gestopt worden.
Tijd dus voor de politiek om een weg uit het klimaatdilemma te banen. Maar ook hier is Davos beter in beeldvorming dan in oplossingen. Bij het debat over klimaatleiderschap mocht Mark Rutte aanschuiven. Ik heb geen idee waarom hij daar zat. In 2015 werd hij in de Urgenda-zaak door de rechtbank gedwongen om emissies in 2020 met 25% te hebben verlaagd. In plaats van aan de slag te gaan, ging hij in hoger beroep.
Dat verloor hij, en in het resterende jaar gaat hij die doelstelling bij lange na niet halen. Geen wonder dat hij het liever had over hoe Nederland Bangladesh helpt met zijn watermanagement, dan over het sluiten van kolencentrales. Sterker nog: voor de troepen uitlopen sloot hij expliciet uit. Dat noemen ze in Davos een klimaatleider.
Klinkt bekend. Erna Solberg, de premier van Noorwegen, was precies een week geleden in Finland omdat de Scandinavische landen het voortouw willen nemen in de strijd tegen klimaatverandering. In de gezamenlijke verklaring over een klimaatneutraal Scandinavië worden veel mooie woorden gebruikt, en ook een paar nuttige initiatieven genoemd. Maar de doelstellingen zijn weinig concreet, en er wordt met geen woord gerept over de Noorse olie- en gasindustrie. Een klimaatneutraal Scandinavië dat de CO2-uitstoot in de rest van de wereld in stand houdt. Kan het hypocrieter?
De Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg kwam vorige week op het station van Davos aan na een treinreis van 32 uur naar de Zwitserse bergen, waar ze de rijken van de aarde er aan wil herinneren dat ze de planeet vernietigd hebben.
De Noorse premier kan zich dit permitteren omdat ze in het parlement weinig weerstand hiertegen ondervindt. De Noorse minister van milieu, Ola Elvestuen, sprak vorige week op de jaarlijkse conferentie Arctic Frontiers in Tromsø over het snel opwarmende poolgebied, en de noodzaak om per direct onze emissies omlaag te krijgen. Ondanks die mooie woorden krijgt hij het voor elkaar om met zijn partij Venstre in een kabinet te zitten dat in datzelfde poolgebied naar meer olie laat zoeken. De politieke partij Venstre: een soort mini-Davos.
Helaas is het bij de oppositie niet persé beter, zoals bleek toen de leider van de Noorse arbeiderspartij, Jonas Gahr Støre, onmiddelijk de discussie over oliesubsidies de kop probeerde in te drukken, ondanks dat velen in zijn partij die discussie willen – niet in het minst de jongerenafdeling. Dat is kennelijk ook leiderschap. Kortom, politici en zakenlui houden ervan om veel mooie woorden over het klimaat te gebruiken, elkaar daarna op de schouder te kloppen, en weer over te gaan op de orde van de vervuilende dag.
Ondertussen zat activiste Greta Thunberg 32 uur in de trein naar het Zwitserse bergdorpje om daar de puissant rijken van de aarde in hun gezicht te kunnen vertellen dat ze bij het vergaren van hun rijkdom de planeet verwoest hebben. In haar eentje heeft deze 16-jarige al meer oprechtheid en leiderschap getoond dan drie decennia aan vergaderen in Davos hebben opgeleverd.
De klimaatstaking die Thunberg afgelopen zomer voor het Zweedse parlement begon heeft navolging gekregen over de hele wereld, tot in Australië, waar duizenden studenten afgelopen November staakten. In België doen ze er nog een schepje bovenop: 32.000 stakende jongeren liepen vorige week donderdag door de straten van Brussel om een beter klimaatbeleid te eisen. Dit leiderschap werd afgelopen zondag opgevolgd met de grootste Belgische klimaatdemonstratie ooit, met 70.000 mensen.
Terwijl de politiek en het bedrijfsleven praat, maar niks doet, staat er een generatie op die het niet meer pikt dat ze onze troep moeten opruimen. Ik ben opeens een stuk hoopvoller over de toekomst.
Deze tekst verscheen voor het eerst in Klassekampen op 1 Feb 2019