Het werk van de mens - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
We hebben onze sporen overal op aarde nagelaten, zelfs waar we ze niet kunnen zien.
Het werk van de mens
Klassekampen, 26 Jan 2018
Bevroren leguanen vielen uit de bomen in Florida! Hoe kan er dan sprake zijn van klimaatverandering? Elke winter is het weer raak. Zodra er een enkel sneeuwvlokje uit de lucht valt, buitelen de klimaatsceptici over elkaar heen om te verklaren dat de aarde niet opwarmt.
Maar terwijl men in het oosten van de VS de ski's onder kon binden, was het in het westen juist extreem warm. In Alaska was het in December 8.7 graden warmer dan normaal - een nieuw record. En ook in Europa waren er deze winter grote verschillen, zoals twee weken terug: terwijl het zuiden van Noorwegen perfecte sneeuw had, was het op Spitsbergen zo warm dat het regende. De zon komt daar pas over een paar weken terug.
Deze extreme verschillen werden veroorzaakt door veranderingen in de straalstroom. Deze zeer sterke wind, op grote hoogte in de atmosfeer, blaast normaal van west naar oost en scheidt hierdoor koude arctische lucht van warmere lucht in het zuiden. Dit staat ook wel bekend als de polaire vortex. In de laatste paar winters is deze wind meer noord-zuid gaan zwabberen. In sommige gebieden betekent dit dat er arctische lucht ver naar het zuiden wordt geblazen, in andere gebieden waait er juist ongekend veel warme lucht naar het noorden.
Die CO2 blijft nog eeuwen in onze atmosfeer
De veranderingen in de straalstroom hebben met klimaatverandering te maken. Dat zowel koude als warme weerextremen vaker voorkomen is daar een typisch voorbeeld van. Dat klimaatontkenners gnuiven over uitzonderlijke sneeuwsituaties is dus misleidend, en bedoeld om je te laten twijfelen aan de opwarming van de aarde. Een tip om daar immuun voor te blijven: de volgende keer dat een klimaatontkenner er op wijst dat het ergens extreem koud is, dan durf ik te wedden dat je ook nieuws kan vinden over extreme hitte ergens anders.
Toch blijven klimaatontkenners twijfel zaaien. De aarde zou te groot zijn, en de invloed van de mens te klein, om zoiets als het klimaat te beïnvloeden. Maar eenieder die een beetje over de wereld rondgereisd heeft, of op Google Maps kijkt, weet dat dit niet waar is. De invloed van de mens (nu 7.6 miljard individuen) is bijna overal merkbaar.
Wegen, steden en dorpen bedoel je? Nee, als je die allemaal bij elkaar optelt kom je maar op één procent van het wereldwijde landoppervlak uit. Het meeste land hebben we nodig voor ons voedsel. De oppervlakte die gebruikt wordt voor veeteelt en het verbouwen van veevoer beslaat een gigantisch gebied zo groot als Noord en Zuid-Amerika samen. Tel je daar de rest van onze landbouw bij op, kom je uit op een derde van al het land in de wereld. Als je kijkt op de enorme invloed die we gezamenlijk uitoefenen op onze planeet, is het onmogelijk om vol te houden dat wij ons klimaat niet zouden kunnen beïnvloeden.
Sommige sporen van menselijk handelen zijn goed zichtbaar, zoals deze olievaten op het eiland Wrangel ten Noorden van Siberië. Onze invloed op de atmosfeer is niet even makkelijk zichtbaar
Een recente studie in het tijdschrift Nature probeerde uit te vogelen hoe groot die invloed precies is. Met behulp van satellietdata en gedetailleerde kaartlegging lieten ze zien hoeveel koolstof er op dit moment wereldwijd in vegetatie zoals planten en bomen is opgeslagen – en hoeveel er had kunnen groeien zonder ingrijpen van de mens. Het bleek dat wij de hoeveelheid vegetatie gehalveerd hebben. In absolute getallen staat dat verschil gelijk aan evenveel CO2 als 50 jaar aan fossiele brandstofuitstoot. De helft hiervan komt door ontbossing, inclusief wat al aan bos verdwenen was voor de industriële revolutie. Maar dat valt in het niets vergeleken met de ontbossing van de laatste decennia.
Veel daarvan is natuurlijk al bekend, maar deze studie voegde hieraan toe dat ook de manier waarop we de overgebleven natuur beheren niet optimaal is om koolstof op te slaan. Landgebruik zoals het selectief rooien van bossen en begrazing bleken samen ongeveer tot evenveel verlies aan koolstof te hebben bijgedragen als ontbossing.
Hoe we ons land gebruiken heeft grote gevolgen voor onze atmosfeer en ons klimaat. Desondanks gaat de hoofdprijs nog steeds naar de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen. Om maar een voorbeeld te noemen: er rijden meer dan een miljard auto's rond op de wereld, en dit aantal neemt snel toe. De gedachte dat onze invloed op de atmosfeer klein is, is dus naïef. Bovendien is de toename van CO2 in de atmosfeer gedetailleerd vastgelegd sinds de jaren 50. Natuurlijke schommelingen vallen in het niets met de stijgende lijn die wij veroorzaakt hebben.
Die CO2 blijft nog eeuwen in onze atmosfeer, de natuur gaat het niet voor ons oplossen. Op zich houden planten wel van wat extra CO2, ze gaan er harder van groeien. Helaas niet genoeg om de ongekende schaal waarmee wij de atmosfeer vervuilen teniet te doen.
De invloed van de mens op de atmosfeer betekent ook nog iets anders: Het maakt niet uit of een bloem op een onbereikbare bergtop in Zuid-Amerika groeit, of een struikje zich ergens op de uitgestrekte toendra bevindt. We kunnen er misschien niet komen – toch hebben we er voor gezorgd dat de planten daar ver weg nooit meer op dezelfde manier zullen groeien.
Deze tekst verscheen voor het eerst in Klassekampen op 26 Jan 2018