Smeltende tegenpolen - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Het zeeijs rond de zuidpool neemt toe. Betekent dit dat de aarde toch niet opwarmt?
Smeltende tegenpolen
Klassekampen, 7 Dec 2015
Voor de meeste mensen zijn de noordpool en de zuidpool één pot nat. Het is er koud en er ligt veel sneeuw en ijs. Toen ik recent een lezing over het noordpoolgebied gaf beseften zelfs de organisatoren zich niet dat pinguïns alleen in het zuiden voorkomen en ijsberen juist in het noorden. Gebroederlijk stonden deze dieren, die elkaar alleen in een dierentuin tegen kunnen komen, naast elkaar op promotiemateriaal.
Toch zijn de twee poolgebieden, die niet verder van elkaar vandaan konden liggen, ontzettend verschillend. Antarctica is een immens continent, bedekt onder kilometers ijs, met daaromheen een oceaan. Het noordpoolgebied daarentegen, heeft in het midden een oceaan met dun drijvend ijs, en is omgeven door drie verschillende continenten. De verdeling van land en zee zijn bij de twee poolgebieden totaal anders.
Deze verschillen zijn belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering op het ijs in de twee poolgebieden te begrijpen. Ondanks dat smeltende ijskappen en verdwijnend zeeijs tot de meest bekende en concrete voorbeelden van klimaatverandering horen, bestaan er veel misverstanden. Dit kan leiden tot een verkeerde beeldvorming.
De smeltende ijskap is, vreemd genoeg, een van de redenen waarom het ijs in de oceaan toeneemt
Neem bijvoorbeeld zeeijs. Satellieten hebben laten zien dat rond de zuidpool de hoeveelheid zeeijs licht lijkt toe te nemen. Vaak wordt dit gegeven aangehaald door klimaatontkenners om te beweren dat er geen klimaatverandering is: Zie je wel! De hoeveelheid zeeijs neemt toe! Hoe kan het dan waar zijn dat de aarde opwarmt?
Voor het gemak wordt er dan niet bij gezegd dat in het noordpoolgebied de hoeveelheid zeeijs met miljoenen vierkante kilometers is afgenomen. Zelfs wanneer de kleine toename in Antarctica wordt meegerekend is de balans overduidelijk negatief.
Maar zijn er dan geen smeltende ijskappen in Antarctica? Jazeker, maar ijskappen zijn niet hetzelfde als zeeijs. De een bevindt zich op het land, het andere drijft op de zee. Al hebben in Antarctica de twee wel met elkaar te maken. De smeltende Antarctische ijskap is vreemd genoeg een van de redenen waarom het ijs in de oceaan ernaast juist toeneemt.
Dat klinkt tegenstrijdig maar dit heeft te maken met hoe zeeijs wordt gevormd. Zout water bevriest minder snel dan zoet water, wat iedereen die ooit achter een strooiwagen gereden heeft weet. Zeewater is erg zout, en bevriest dus niet gemakkelijk. Maar het water dat van de ijskappen in Antarctica afkomt is juist zoet. Zoet water is lichter dan zout water en vormt daardoor een laag bovenop de oceaan die makkelijk bevriest. Door klimaatverandering neemt de hoeveelheid smeltwater toe, wat leidt tot meer zoet water op de oceaan, en dus meer zeeijs.
Al is smeltwater niet de enige reden dat het zeeijs in Antarctica toeneemt. Ook natuurlijke veranderingen in het weerpatroon hebben hier mee te maken. Maar het laat duidelijk zien dat iets tegenstrijdigs als toenemend zeeijs ook een gevolg van klimaatverandering kan zijn.
Het effect van klimaatverandering op zeeijs in het noordpoolgebied is daarentegen wel intuïtief. Het poolgebied wordt warmer, en daardoor smelt er meer zeeijs. De hoeveelheid zoet water in het noordpoolgebied wordt voornamelijk aangevoerd door rivieren, en er is geen grote toename geweest in de afvoer naar de oceaan. Bovendien versterkt het verdwijnen van het zeeijs zichzelf: zeeijs weerkaatst veel zonlicht maar open zeewater niet. Zodra zeeijs smelt en er open water ontstaat, warmt dit water op doordat er meer zonlicht opgenomen wordt. Deze extra warmte leidt vervolgens tot nog meer afsmelten van zeeijs. Dit effect is een van de redenen waarom het noordpoolgebied zelfs twee tot drie keer sneller opwarmt dan de rest van de aarde.
en pinguïn voor een Argentijnse basis op Antarctica.
Die sterkere opwarming verklaart ook waarom het afsmelten en het afbreken van ijsbergen van de Groenlandse ijskap sinds midden jaren 90 flink is toegenomen. Normaal dooit het alleen in gebieden aan de rand van de ijskap, maar in de zomer van 2012 kwam er zelfs dooi voor over de gehele ijskap. In z’n geheel is Groenland de grootste individuele bron van ijs en water aan de oceaan. Maar ook gletsjers smelten in een rap tempo, in het poolgebied en daarbuiten.
Ons klimaat verandert, maar die verandering zal niet overal en altijd hetzelfde zijn. Toch blijven er mensen ruis op de zender gooien door op zeer selectieve voorbeelden te wijzen zonder het grotere plaatje eerlijk naar voren te brengen. Zo was er in 2013 meer zeeijs in het poolgebied dan het jaar ervoor omdat het toevallig een koelere zomer was. Dit werd door veel sceptici aangehaald als een bewijs dat er geen klimaatverandering zou zijn. Als het ergens maar eventjes kouder is, is het een bewijs tegen de algemene opwarming van de aarde.
Maar net als dat de zomers in ons land ook niet elk jaar hetzelfde zijn, is de hoeveelheid zeeijs van jaar tot jaar erg veranderlijk. De lange termijn is veel duidelijker: 35 jaar aan observaties met satellieten laten duidelijk zien dat het zeeijs in het noordpoolgebied met ongeveer 14% per decennium afneemt. De bewering dat zeeijs toeneemt door twee jaar met elkaar te vergelijken is net zo onzinnig als beweren dat er een droogte heerst omdat het twee dagen niet geregend heeft.
Wanneer dit alles in oog wordt genomen is er maar één conclusie mogelijk: de totale hoeveelheid ijs in de poolgebieden vermindert, en dat kan niet verklaard worden zonder klimaatverandering. Het is daarbij belangrijk om te beseffen wat signaal is en wat de ruis.
Processen zoals El Niño, en de tegenhanger La Niña, zorgen voor grote weersverschillen van jaar tot jaar. Niet alleen qua temperatuur maar ook qua neerslag. Klimaatverandering is niet hetzelfde als continue opwarming, en omvat veel meer: droogte en overstromingen, meer of minder zeeijs, koude en warme winters. Schijnbare tegenstrijdigheden komen in de natuur net zo goed voor als in ons dagelijkse leven.
Deze tekst verscheen voor het eerst in Klassekampen op 7 Dec 2015