Negatief denken - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
De Noorse investering in de olieindustrie kan economische zelfmoord betekenen.
Negatief denken
Klassekampen, 21 mei 2021
Afgelopen dinsdag kwam het internationale energie agentschap (IEA) met een rapport dat insloeg als een bom. Het bepleitte een directe stop op het exploiteren van nieuwe olie- en gasvelden om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken. Daarnaast voorspelde het IEA een explosieve groei in zonne- en windenergie waardoor, in rijke landen, de uitstoot door het opwekken van elektriciteit al in 2035 naar nul kan. Het gevolg van deze energietransitie, naast een beter klimaat? Economische groei, miljoenen nieuwe banen en het voorkomen van zo’n twee miljoen doden door luchtvervuiling.
Als je niet begrijpt hoe groot deze doorbraak is: het IEA is geen fanatische club klimaatactivisten. In tegendeel. Het agentschap vloeide voort uit de eerste oliecrisis in 1974, om een stabiele aanvoer van olie te garanderen. Het hoofd van deze organisatie, Fatih Birol, was vast meubilair op Equinors herfstconferenties, waar hij zo recent als eind 2019 nog zei dat de vraag naar olie de komende 20 jaar hoog zou blijven. Daarnaast heeft het IEA de exponentiële groei van hernieuwbare energie decennialang miskent. De ommekeer van afgelopen dinsdag is dus niks minder dan historisch.
Illustratie: Knut Løvås, knutlvas@gmail.com
Het IEA was dus de drijvende kracht achter de mythe dat we nog decennialang afhankelijk zullen blijven van olie en gas. Dat denken is zodanig ingebakken bij de meeste Noorse politieke partijen, dat ze deze week angstvallig hun oliepolitiek verdedigden na dit voor hen ongelukkige rapport. Zo zei Espen Barth Eide van Arbeiderpartiet (de Noorse PvdA) direct dat er geen stop komt op het zoeken naar meer olie. Ook lijkt het er niet op dat de regering de aanstaande biedingsronde voor nieuwe olievelden opeens gaat afgelasten. Maar hoe gaan ze klimaatverandering dan aanpakken?
Het Noorse plan is dat de CO2-uitstoot in 2050 niet naar nul hoeft, maar naar netto-nul. Dat lijkt hetzelfde maar dat is het niet. Netto-nul betekent dat in plaats van de kraan dicht te draaien, en onze uitstoot naar nul terug te brengen, we gewoon op de oude voet doorgaan en de rommel later opruimen. Daarvoor moet op een gigantische schaal gebruik gemaakt worden van CO2-afvang en -opslag (CCS). Met die techniek wordt CO2 bij een vervuilende bron of uit de lucht afgevangen, en onder de grond geïnjecteerd.
CCS kan op meerdere manieren. In principe is het mogelijk om CO2 direct uit de atmosfeer op te vangen met filters, maar dit is vooralsnog erg kostbaar. Het is goedkoper om grote hoeveelheden planten te verbouwen om die te verbranden in een elektriciteitscentrale en de uitstoot af te vangen. Aangezien planten CO2 uit de lucht opnemen door middel van fotosynthese, vertaalt zich dit in een negatieve emissie. Tegelijkertijd wordt er stroom opgewekt die verkocht kan worden. Deze combinatie van bioenergie en CCS, ook wel bekend als BECCS, lijkt dus een win-win situatie.
Wat als die nieuwe technologie niet op tijd klaar is?
Helaas is het niet zo simpel. We zitten niet alleen midden in een klimaatcrisis, maar ook in een biodiversiteitscrisis. BECCS vereist immense stukken land, en hoe meer we nu nog aan CO2 uitstoten, hoe meer land er straks nodig is. Schattingen hiervan lopen op tot een totale oppervlakte zo groot als India. Dan redden we misschien het klimaat maar die honger naar grond kan niet anders dan ten koste gaan van de natuur, en in conflict komen met onze voedselproductie. Er zijn duurzame vormen van BECCS, door bijvoorbeeld het gebruik van restafval uit land- en bosbouw, maar dat zal niet genoeg zijn om nog decennialang olie en gas te kunnen verbranden.
Overigens bestaat CCS nog niet op commerciële schaal. Daarom gaf de Noorse regering in december het goede voorbeeld door 16,8 miljard kronen (€1,65 miljard) te investeren in het afvangen van CO2 van een cementfabriek in Brevik en de afvalverbranding in Oslo. Dat is een slimme manier van CCS, door het bij de bron af te vangen, maar dit zijn slechts twee proefprojecten om de haalbaarheid op de lange termijn aan te tonen. Dat is niet genoeg om onze uitstoot al in 2030 gehalveerd te hebben.
Door de roze bril van technologisch optimisme maakt onze politiek een denkfout: ze denken dat netto-nul, door middel van CCS, de wereldwijde dorst naar olie en gas op peil kan houden, en tegelijk het klimaat kan redden. Maar wat als die nieuwe technologie niet op tijd komt, of niet op schaal inzetbaar blijkt? Het bijzondere aan het IEA-rapport is dat het laat zien dat men zich niet blind hoeft te staren op CCS, maar dat bestaande technologieën voldoende zijn om de wereldwijde uitstoot in de komende tien jaar te halveren. Maar dan gaat het olieverbruik meteen omlaag, en zal de vraag naar het belangrijkste exportproduct van Noorwegen instorten. Het Noorse statistiekbureau heeft daarentegen berekent dat de economische gevolgen van een stop op nieuwe olievelden klein zal zijn (zie Klassekampen van gisteren).
De onvermijdelijke conclusie van dit alles is dat de Noorse weigering om de olie- en gasindustrie af te wikkelen niet alleen onverenigbaar is met het stoppen van klimaatverandering – het is mogelijk economische zelfmoord. Als zelfs de groep die zijn bestaansrecht ontleende aan het vrijelijk stromen van olie dit inziet, dan moet dit toch ook mogelijk zijn voor de politici in het Noorse parlement. Toch?
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Klassekampen op 21 mei 2021