Kantelpunten - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Een hogere uitstoot zorgt voor meer opwarming, wat weer tot een hogere uitstoot leidt
Kantelpunten
Klassekampen, 24 juli 2020
Niet tevreden met het zomerweer? Probeer eens een vakantie in Siberië! Het afgelegen arctische dorpje Verkhoyansk stond tot nu toe vooral bekend als de koudste bewoonde plek ter wereld, want er werd ooit 67.8 graden onder nul gemeten. Maar dat was 128 jaar geleden. Vorige maand werd het er 38 °C, een nieuw record voor een plaats boven de poolcirkel.
Misschien wist je niet dat het in Siberië flink heet kan worden in de zomer. Dat wist ik zelf ook niet totdat ik het zelf ervaarde. Zo liep ik bijna een zonnesteek op tijdens de traditionele viering van Yhyakh, het midzomerfestival van de Sacha in Jakoetsk. Ook heb ik temperaturen van tegen de 30 graden beleefd op de noordoost Siberische toendra, niet ver van de Arctische Oceaan – terwijl ik met mijn voeten in een ijskoud poeltje bovenop de ontdooiende permafrost stond. Een beetje hitte komt daar dus wel vaker voor, maar dit jaar is anders.
De 35.000 jaar oude mammoet Yuka bleef goed bewaart in de permafrost van Siberië. Hoe meer de permafrost ontdooit, hoe meer broeikasgassen vrijkomen van voorheen bevroren planten- en dierenresten. Hier een beeld van de tentoonstelling van Yuka in Tokyo, Japan in 2013.
Sinds januari was het overgrote deel van Siberië zo’n 3 tot 7 graden warmer dan normaal. Zo’n grote temperatuurafwijking over zo’n lange periode is zo ongebruikelijk dat een groep klimaatwetenschappers uitrekende dat dit vrijwel onmogelijk was geweest als we de atmosfeer niet met broeikasgassen vervuild hadden. Dat is zorgelijk. De opwarming van de aarde, door mensen opgezweept, kan ertoe leiden dat er kantelpunten in het klimaatsysteem overschreden worden. Zo noemde ik permafrost: dat is grond die permanent bevroren is – soms al duizenden jaren. Het meeste hiervan bevindt zich in Siberië. In die bevroren grond zit veel koolstof, voornamelijk afkomstig van oude planten- en dierenresten die goed bewaard zijn gebleven. Zo goed zelfs dat men mammoeten in de permafrost vindt waarvan de vacht er nog perfect aan zit.
Als de permafrost ontdooit, dan begint al dat organische materiaal te rotten, waarbij CO2 of het nog sterkere broeikasgas methaan vrijkomt. Dit zorgt voor een zelfversterkend effect: het teveel aan broeikasgassen in de atmosfeer veroorzaakt een opwarming, waardoor de permafrost ontdooit en er nog meer broeikasgassen vrijkomen, wat weer tot meer opwarming leidt enzovoort.
Maar dat is niet alles. Bovenop de ontdooiende permafrost staan uitgestrekte bossen: de Siberische taiga. Door de hitte en de aanhoudende droogte zijn daar honderden bosbranden uitgebroken die, volgens satellietmetingen van ESA, alleen al in Juni zo’n 56 Megaton aan CO2 uitstootten. Ter vergelijking: dat is een paar Megaton meer dan Zweden in een heel jaar aan broeikasgassen uitstoot. Veel van die CO2 wordt weer opgevangen als het bos terug groeit, maar tot die tijd zal de zwartgeblakerde grond veel meer zonlicht opvangen dan gebruikelijk, waardoor de bodem sterker opwarmt en de ondergelegen permafrost juist meer kan ontdooien. Wederom, een zelfversterkend effect.
Sinds januari is het in Siberië drie tot zeven graden warmer dan normaal
De vele bosbranden stoten ook grote hoeveelheden roet uit. Wanneer dit op sneeuw en ijs neerdaalt, zal die donkerder worden en sneller smelten. En er was al zo weinig zee-ijs vanwege de uitzonderlijke warmte – op dinsdag 14 juli smolt er zelfs 187 000 km2 aan zee-ijs in één dag. Dat is meer dan de helft van de oppervlakte van Noorwegen. Het is goed mogelijk dat het zee-ijs in September een historisch dieptepunt zal bereiken.
Wanneer zee-ijs smelt, heeft dit niet alleen directe gevolgen voor het leven in de Arctische Oceaan, zoals ijsberen, zeehonden, vissen en algen, maar ook het klimaat. Zee-ijs reflecteert veel zonlicht terwijl zeewater juist veel zonnestraling opneemt. Het oceaanwater warmt dan op, waardoor het in het najaar langer duurt voordat de zee dichtvriest. De temperaturen op het nabijgelegen land blijven daardoor ook hoger, met als gevolg dat sneeuw uitblijft en bodems minder snel dichtvriezen. Zo kan het ene kantelpunt – het verdwijnen van het zee-ijs – een ander kantelpunt versnellen, zoals de uitstoot van broeikasgassen uit permafrostbodems.
Dit zijn voorbeelden uit slechts één deel van de wereld maar er zijn nog vele andere kantelpunten, zoals een verandering in de golfstroom, de verwoesting van de Amazone, en de stijging van de zeespiegel door het smelten van gletsjers en het landijs op Groenland en Antarctica. Deze kantelpunten hebben met elkaar gemeen dat we weten dat ze grote gevolgen kunnen hebben maar dat het onzeker is wanneer en hoe sterk ze toeslaan, of hoe ze elkaar beïnvloeden.
De coronacrisis heeft ons laten zien dat overheden, geconfronteerd met grote onzekerheden, toch strenge maatregelen kunnen treffen. Vanuit het voorzorgsprincipe werden risico’s rond het nieuwe, onbekende virus zo veel mogelijk ingedamd. Maar in de klimaatcrisis handelen regeringen tegenovergesteld: Het lijkt een doel op zich om zoveel mogelijk CO2 uit te stoten in de hoop dat er geen kantelpunt overschreden wordt – ook al weet men niet waar die grens ligt. De ziektesymptomen van Siberië zijn wat dat betreft een ernstige waarschuwing: dat het de hoogste tijd is om de patiënt te genezen, in plaats van die bewust ziek te maken.
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Klassekampen op 24 juli 2020