Klimaatdebat op ijs - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Het debat over oliewinning in het poolgebied is een farce.
Klimaatdebat op ijs
Klassekampen, 15 mei 2020
Terwijl de olieprijzen in de VS onder nul zakten, klampte de Noorse regering zich krampachtig vast aan de fossiele samenleving. Vliegtuigmaatschappijen die nergens heen vliegen en oliemaatschappijen die hun olie maar nauwelijks kwijt kunnen krijgen honderden miljarden in belastingvoordelen en gunstige leningen – zonder een gedegen eis om te verduurzamen. Een uitgelezen kans om een weg te vinden uit de op olie drijvende economie, door groene banen te scheppen, verdwijnt hiermee snel uit zicht.
Dit verbaast me niet. Het is typerend voor een regering die de vergroening van onze economie niet echt wenst, en het debat daarover liever frustreert dan er wat van op te steken. Daardoor is het klimaat bij voorbaat de verliezer. Maar omdat de schijn van een eerlijk debat opgehouden wordt, kan de regering het op de procedure gooien en net doen alsof ze het klimaat wel serieus neemt.
Voor elke megaton aan CO2 die uitgestoten wordt, verdwijnt er drie vierkante kilometer zeeijs
Neem bijvoorbeeld de discussie over de grens van het zeeijs in de Barentszzee. De overgang van pakijs naar open water is een waardevol en kwetsbaar ecosysteem maar het is ook een gebied waar mogelijk grote olievoorraden liggen. Deze belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen, en op het eerste gezicht lijkt in dit debat het milieu voorop te staan en krijgt expertadvies veel aandacht. Kennis werd opgevraagd over de kwetsbare dieren- en plantensoorten die afhankelijk zijn van het ijs – zoals ijsberen, zeehonden, zeevogels maar ook het minuscule plankton. Samen vormen ze een uniek ecosysteem dat beschermd moeten worden door de oliewinning niet te ver in het zee-ijs toe te staan.
De adviezen over waar die grens moet lopen verschilden echter flink. Van een grens waarbij zee-ijs zo’n 30% van de tijd voorkomt gedurende de maand april, tot een grens waarbij zee-ijs slechts 0,5% van de tijd voorkomt. Uiteindelijk werd, zoals bij zoveel politieke compromissen, de grens ergens in het midden gedefinieerd. De olie-industrie mag naar olie zoeken in een gebied waar in 15% van de tijd zee-ijs voorkomt in april. Omdat die grens zuidelijker ligt dan wat de Noorse regering in 2015 tevergeefs voorstelde wordt dit als een overwinning voor de natuur gepresenteerd. Voor het gemak wordt vergeten dat de nieuwe grens zo bepaald is dat alleen gebieden beschermd gaan worden waar de olie-industrie niet geïnteresseerd in is.
Maar dat is niet de enige reden waarom het debat over het ijsfront één grote farce is. Ja, dit ecosysteem moet beschermd worden maar dat gaat niet gebeuren door de oliewinning er net buiten te houden. Onderzoek heeft aangetoond dat voor elke megaton CO2 die uitgestoten wordt, er drie vierkante kilometer aan zee-ijs wegsmelt. Oliewinning is dus sowieso desastreus voor de ecosystemen van het poolgebied, waar de opwarming van de aarde – juist door het verdwijnende zee-ijs – meer dan twee keer zo snel verloopt dan in de rest van de wereld.
De nieuwe grens voor het zeeijs bescherm alleen gebieden waar de olie-industrie niet geïnteresseerd in is. De foto is van het Goliath-veld in de Barentszzee.
Het is een briljante en sluwe afleidingsmanoeuvre. Doordat het debat over de oliewinning in de Barentszzee zich zo sterk concentreert rond het concept van het ijsfront, vermijdt men het echte debat: de vraag of oliewinning überhaupt wel plaats moet vinden. Want in het raamwerk van de discussie is dat al als een gegeven meegenomen. Bovendien is het onderzoek naar het ijsfront juist nuttig voor de olie-industrie: niet om kwetsbare ecosystemen te beschermen, maar uit de puur praktische noodzaak om te weten waar er te veel ijs voorkomt om oliewinning mogelijk te maken.
Vergeleken met de schijnheiligheid rond het ijsfront was het dus ronduit eerlijk toen de Noorse regeringspartij "Høyre" in zijn nieuwe kiesprogramma het klimaat ondergeschikt stelt aan de werkgelegenheid – vanwege de coronacrisis. Maar het is een vals dilemma om te stellen dat klimaat en werkgelegenheid tegenpolen van elkaar zijn. Dit is juist het moment om de transitie naar een duurzame economie te versnellen, niet te vertragen. Door het schapen van nieuwe groene banen kunnen we de ongekende werkeloosheid die door de coronacrisis ontstaan is bestrijden. Dat is een transitie die Noorwegen sowieso door moet maken voordat de oliewinning niet meer winstgevend is.
Eind deze maand is er een mogelijkheid voor de regering om alsnog zijn groenste been voor te zetten wanneer ze maatregelen presenteert om de verduurzaming van de economie door de coronacrisis heen te slepen. Helaas is het nu al duidelijk dat de maatregelen flinterdun zullen zijn. Een paar kruimels voor meer onderzoek, en wat investeringen in schonere energie en transport. Net genoeg om mooie woorden over het klimaat te kunnen zeggen, maar het verbleekt bij de steun voor de klimaatvervuilende industrieën.
Het klimaatdebat wordt verlamd door drogredeneringen en rookgordijnen waardoor een systeem in stand blijft dat de natuur, het klimaat en daardoor uiteindelijk ook ons zelf benadeelt. De correcte vraag en vrije discussie moet zijn: wie dient dit systeem nog wel?
Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Klassekampen op 15 mei 2020