Zonneklaar - Frans-Jan W. Parmentier

English version Norwegian version
Terwijl we van de zon genieten, groeit er een potentiele voedselcrisis.
Zonneklaar
Klassekampen, 22 Jun 2018
Het was mooi weer en de klimaatontkenners waren stil. Vreemd eigenlijk, dat je die alleen hoort als het koud is in de winter, maar niet tijdens een historische hittegolf. Er viel dan ook weinig te ontkennen: In mei lag de gemiddelde temperatuur in Noorwegen ruim vier graden boven normaal, in het zuiden zelfs vijf tot zeven graden. Bovendien was het ongekend droog: In Bergen, waar het normaal altijd plenst, viel er voor drie prachtig zeldzame weken geen druppel water uit de lucht. Op een zonnig terrasje vroeg een vriendin van mij of dit klimaatverandering was. En zo ja: dan was dit toch heerlijk?
Nu is het verstandig om klimaat en het weer uit elkaar te houden. Eén hittegolf of één koude winter zijn niet meteen hét bewijs voor of tegen klimaatverandering. Het is de lange termijn die telt, zoals dat het op Spitsbergen al voor de 90e maand op rij warmer dan normaal was. Of dat er nog nooit zo’n warme mei in Noorwegen is gemeten als dit jaar, in een tijdserie die teruggaat tot 1900. Alhoewel het weer grillig is en extremen altijd al voorkwamen, tilt klimaatverandering deze tot een nieuw niveau.
Een slechte oogst moet gecompenseerd worden met meer import
Ondertussen is de gewone Noorse zomer teruggekeerd, en daarmee, de regen. Het werd tijd, of eigenlijk: het is al te laat. Want alhoewel ik het fantastisch vind om in mei een warm fjord in te kunnen springen, de droogte betekent een flinke strop voor de landbouw. Vooral in Vestfold, Akershus en Østlandet hebben de boeren er flink onder geleden. De droogte kwam precies op het moment dat graan en andere gewassen veel water nodig hadden om te groeien. In plaats daarvan stonden de akkers er geel bij. Ik had het nog niet eerder in Juni gezien. Veel boeren ook niet trouwens, want sinds 1992 is de situatie niet meer zo kritiek geweest.
De Noorse regering houdt er rekening mee dat het zo’n 3000 boeren moet compenseren vanwege de droogte. Dat kan in totaal 200 miljoen kronen kan gaan kosten, vijf keer meer dan in een normaal jaar. Ondanks deze compensatie betekent dit toch een flinke strop voor de boeren, want 30% van het verlies komt uit eigen zak. Bovendien was er vorig jaar het tegenovergestelde probleem: het was te nat. Veel boeren hebben pech en worden voor het tweede jaar op rij in hun inkomen geraakt. Sommige vrezen failliet te gaan.
De economische impact van deze droogte raakt niet alleen boeren maar ook ons allemaal. Een slechte oogst moet gecompenseerd worden door meer import. Maar in Zweden was het ook droog, dus die import moet van ver komen. Het logische gevolg is dat graanproducten zoals brood duurder worden. De bierprijs zal er ook niet van dalen. Verder dreigt er een gebrek aan veevoer, wat ook in supermarktprijzen doorgerekend zal moeten worden. De werkelijke kosten van deze droogte zijn moeilijk in te schatten maar liggen ongetwijfeld hoger dan alleen het geld ter compensatie van de boeren. We hebben nog geluk gehad dat er dit keer geen grote bosbrand uitbrak, met verlies van huizen of mensenlevens.
De warme en droge Meimaand heeft voor problemen in grote delen van Noorwegen gezorgd, en er wordt verwacht dat een torenhoog bedrag aan compensatie uitbetaald moet worden.
De verwachting is dat droogtes alleen maar erger zullen worden – en daardoor nóg duurder – vanwege klimaatverandering. Vorige week nog liet een nieuwe studie in Nature Climate Change zien dat zelfs als we het voor elkaar krijgen om de opwarming van de aarde op ‘slechts’ 1.5 graden te houden, dat we toch nog een flinke toename in hittegolven kunnen verwachten. Maar met het huidige klimaatbeleid, dat van Noorwegen en de rest van de wereld, is het niet te verwachten dat die doelstelling gehaald gaat worden. Als er niks verandert, dan gaan we er flink overheen.
Ondanks de hoge kosten van klimaatverandering, blijft het bij oliebedrijven zoals Equinor, ook na het veranderen van naam, gewoon ‘business as usual’. Zo hebben ze zich zojuist voor 2 miljard dollar in een Braziliaans olieveld ingekocht. Voor de komende jaren zijn er contracten uitgedeeld ter waarde van 30 miljard kronen, om ook in Noorwegen flink veel olie op te pompen. De zogenaamd groene aankondiging dat meerdere olieplatformen elektriciteit van het vasteland gaan gebruiken i.p.v. gasturbines kan moeilijk serieus genomen worden. Het is vergelijkbaar met een zonnepaneel op je benzine-slurpende SUV monteren om stroom te leveren voor je navigatiesysteem.
Nee, zoals een groep vooraanstaande economen gisteren in Klassekampen bepleitte, is juist het terugbrengen van de Noorse olieproductie een kosteneffectieve bijdrage om de globale CO2-uitstoot omlaag te krijgen.
De gigantische winsten die oliebedrijven vandaag de dag behalen, zijn alleen mogelijk omdat de kosten van klimaatverandering – door een toename in droogtes, overstromingen en de almaar stijgende zeespiegel – niet door hen betaald worden. Die rekening ligt bij ons allemaal. Wanneer zien we in dat het vernietigende karakter van onze fossiele brandstoffen slechts enkelen rijk maakt en de rest van de mensheid, en onze natuur, alleen maar armer?
Deze tekst verscheen voor het eerst in Klassekampen op 22 Jun 2018